Psychologische gevolgen en verwerking na een ingrijpende gebeurtenis bij Koerdische migranten in de Europese Unie

0

Beschrijving van het project

De Europese gemeenschap wordt gekenmerkt door grote mobiliteit van haar bevolking. Zowel intra- als internationale migratiestromen zorgen voor een steeds grotere culturele en etnische verscheidenheid in de verschillende populaties. Dergelijke grootschalige bevolkingsbewegingen hebben ingrijpende repercussies niet alleen op economisch en sociaal gebied maar vooral ook op het persoonlijk vlak. Het migreren op zich en de aanpassing aan een nieuwe omgeving verg5t vaak veel van een individu en heeft vaak lichamelijk en psychische consequenties. Om goed te kunnen anticiperen op ontwikkelingen in de (geestelijke) gezondheidszorg in de huidige multi-etnische Europese samenleving is kennis over deze migranten in verband met gezondheid, zorgbehoefte en zorggebruik dus cruciaal. Theoretische inzichten en empirische bevindingen op dit terrein zijn echter fragmentarisch aanwezig en onvoldoende conceptueel en methodologisch beproefd. In het bijzonder waar het allochtone slachtoffers van ingrijpende levensgebeurtenissen (zoals het meemaken van een geweldsdelict, een verkeersongeval of een ramp) betreft, is onderzoek uiterst schaars – eigenlijk zelfs afwezig. Kennis over de validiteit van concepten en de bruikbaarheid van inzichten als ook empirische ondersteuning voor assumpties die aan de hulp ten grondslag liggen, zijn echter essentieel voor de doeltreffendheid van de zorg.

Het meemaken van schokkende gebeurtenissen leidt tot een psychologisch verwerkingspro­ces dat gepaard gaat met diverse psychi­sche, sociale en vaak ook lichamelijke klachten. Binnen dit proces speelt het herwinnen van het besef van controle (met name interpretatieve vormen van controle) een voorname rol (Taylor, 1983). Een bepaalde groep mensen blijkt dit verwerkingsproces niet op eigen kracht te kunnen afronden. Deze mensen kampen met aanhoudende en hevige klachten, zoals voortdurende herbelevingen, angsten, schrikreacties, emotionele dofheid en schuld- en schaamtege­voelens. Zo is deze laatste categorie gevoelens bij geweldsmisdrijven dikwijls sterk aanwezig, gezien het feit dat het slachtoffer zichzelf vaak een bepaald gevoel van verantwoordelijk­heid voor de situatie toekent (‘de illusie van beheersbaarheid’ is zeer sterk verstoord). Aanhoudende en hevige klachten worden aangeduid als posttrauma­ti­sche stressstoornissen (Kleber & Brom, 1992; Kleber, Figley & Gersons, 1995). Het verwerkingsproces en de bijbehorende klachten en stoornissen zijn inmiddels goed onderzocht, echter bijna uitsluitend voor blanke inwoners van de Verenigde Staten van Amerika en West-Europa. Over aard en inhoud van bovenbeschreven processen en moeilijkheden bij personen met een andere etniciteit is nauwelijks bekendheid.

Onderzoek (Helman, 1994; Knipscheer, 2000) toont aan dat migranten een risicogroep vormen in de ontwik­ke­ling van psychische proble­men. Voorts is uit de literatuur bekend dat ziektebesef en –gedrag sterk cultu­reel zijn bepaald. Iedere cultuur verzorgt zijn eigen symbolen en denkbeelden waarbin­nen psychische ziekten worden uitge­drukt (Helman, 1994; Kort­mann, 2002). In vele culturen wordt het somatiseren (het op lichamelijk niveau beleven van onlust en de presenta­tie ervan door middel van somatische klachten) be­schouwd als de centrale expres­sievorm van psychi­sche stoornis­sen. Er zijn, overigens bepaald niet onomstreden, aanwijzingen dat allochtone slachtoffers meer op een somatische wijze een schok verwerken. Het klachtenpatroon is daardoor anders en voor de reguliere gezondheidszorg in de Europese Unie moeilijker herkenbaar. De groep allochtone slachtoffers van ingrijpende gebeurtenissen verdient derhalve extra aandacht.

De schokverwer­kingsbenadering (Creamer, 1995; Kleber & Brom, 1992) vormt het theoretisch kader voor het hier voorgestelde onderzoek. Deze gaat uit van de meervoudige bepaaldheid van het gedrag, legt grote nadruk op de diverse vormen van controleherstel na schokkende gebeurtenissen en besteedt aandacht aan de diverse determinanten (risicofactoren als ook protectieve factoren) van de gevolgen van zeer ingrijpende ervaringen. Deze determinanten (zoals de ernst van de gebeurtenis, sociale ondersteuning, peritraumatische reactiviteit) bieden verklaringen voor het al dan niet optreden van moeilijkheden en zorgvragen. Het onderzoek richt zich met name op het probleem van de (vermeende) culturele verschillen in reactie op schokkende gebeurtenissen: zijn die verschillen inderdaad aanwezig, hoe zien die er dan uit en hoe kan aan de hand van deze inzichten de hulpverlening adequater worden toegesneden op allochtone slachtoffers van schokkende gebeurtenissen. Het onderzoek is theoretisch van belang in de zin dat het bijdraagt aan wetenschappelijke kennis en theorievorming rond ‘psychotrauma en culturele diversiteit’. De schokverwerkingsbenadering is een voor dit onderzoek geëigend perspectief, daar ze niet alleen uitgaat van pathologische reacties maar juist ook van “normale” reacties op een schok (de meerderheid van geweldsgetroffenen kampt wel met moeilijkheden, maar niet met psychopathologie zoals de posttraumatische stressstoornis) en omdat ze ruimte geeft aan de culturele context. De psychotraumatologie wordt als het ware cultureel ingekleurd; in de Europese situatie is dit nog niet gebeurd. Ten slotte benut dit onderzoek relevante data uit verschillende andere onderzoeken ten einde op een doorwrochte wijze over een breed empirisch spectrum valide antwoorden op de centrale onderzoeksvragen te verkrijgen.

Probleemstelling

De indruk bestaat dat allochtonen wanneer geconfronteerd met ingrijpende gebeurtenissen kwetsbaarder zijn voor ontwikkeling van psychische gezondheidsproblemen door geringere socio-economische draagkracht, migratie-ervaringen en acculturatiestress. Deze kwetsbaarheid leidt tot een vergrote kans op psychopathologie en andere problematiek. Onbegrepen is echter of de gevolgen en de daarmee samenhangende hulpvragen gelijkluidend zijn voor migranten. Onbegrepen is ook hoe psychologische verwerking van een schokkende gebeurtenis, sociale karakteristieken en acculturatie met elkaar verweven zijn in het bepalen van de uiteindelijke moeilijkheden. Niettemin wordt in de hulpverlening aan allochtonen (te) gemakkelijk gebruik gemaakt van concepten als posttraumatische stressstoornis (PTSS) of somatisatie om de symptomen van dergelijke groepen te classificeren (Mooren, 2001). Impliciet wordt gelijkheid verondersteld. De vraag is of dit gerechtvaardigd is: zijn deze verschijnselen inhoudelijk dezelfde als bij andere getroffenen in de Europese Unie? Hebben bijvoor­beeld herbelevingen en nachtmerries hetzelfde karakter en worden zij op dezelfde wijze gepresenteerd aan een hulpverlener? Het is bovendien de vraag of de problematiek wel in termen van trauma alleen moet worden opgevat. Migranten hebben te maken met een serie van ingrijpende cultuurveranderingen: veranderingen op het gebied van onderwijs, taal, media, sociale contacten, maatschappelijke positie en gezondheidszorg. Hun vaardigheden met deze veranderingen om te gaan, zijn niet altijd toereikend genoeg: misverstanden en frustraties zijn het gevolg. De moeilijkheden kunnen dus ook een vorm van acculturatiestress of cultuurschok zijn. Daarmee samen hangt de vraag naar het succesvol of adequaat omgaan (`coping’) met schokkende ervaringen. Dit is een belangrijk en nog te weinig onderzocht thema in het traumaveld dat sterk wordt overheerst door een op psychopathologie gericht perspectief (Kleber, 2000).

Onderzoekspopulatie: Koerden

Als operationalisatie van ‘allochtonen’ is gekozen voor Koerden in de Europese Unie. In de jaren zestig kwam er een arbeidsmigratie vanuit Turkije naar Europa op gang als gevolg van een wervingsbeleid dat Europa in die periode voerde. Onder de Turkse migranten bevonden zich vele Koerden. Naast economische factoren zijn door de jaren heen ook politieke factoren reden geweest voor de grote omvang van Koerdische migranten, met name na de militaire coup van 1980 en de jaren daarop. In Duitsland bevindt zich de grootste concentratie Koerden, de Koerden arriveerden hier als onderdeel van de arbeidsmigratie uit Turkije. Andere Europese landen met een grote Koerdische populatie zijn Frankrijk, Nederland, Oostenrijk, Zwitserland en Zweden.

Koerden worden in Europa gecategoriseerd onder de grote etnische minderheidsgroepen Turken, Irakezen, Iraniërs, Syriërs. De meeste Europese landen hebben de zogenaamde ‘gastarbeiders’ nooit systematisch naar hun etnische zelfdefiniëring gevraagd (Bruisnessen, 1998). Het Europese acceptatiebeleid lijkt alleen etnische minderheden uit een bestaande natiestaat te erkennen als etnische minderheid. Zo is de omvang van de Koerdische populatie in West-Europa niet exact bekend, mede omdat de meeste landen Koerden niet zodanig registeren. Maar weinig gastarbeiders benadrukten tot de militaire coup van 1980 in Turkije hun Koerdische identiteit. Deze coup leidde tot een grote groep van gepolitiseerde Koerdische asielzoekers. De opkomst van gepolitiseerde Koerden en het nieuws over de guerrillaoorlog in het Koerdische gebied die de Koerdische migranten in Europa bereikte, werkten als een katalysator voor het Koerdische etnische bewustzijn (Bruinessen, 1998).

Net als andere etnische minderheden in Europa werden de Koerden geconfronteerd met een socio-economische achterstandspositie. Dit had onder meer marginalisatie en de vorming van een onderklasse tot gevolg. Andere problemen die Koerden in het land van bestemming tegen kwamen waren acculturatieproblemen, gebrek aan een doel in het leven, eenzaamheid en sociale isolatie, racisme en discriminatie, werkloosheid en psychische klachten als gevolg van traumatische herinneringen van gebeurtenissen vóór, tijdens en na de migratie (Gülşen, 2002).

Naast sociaal-economische, politieke en psychologische factoren, vielen Koerden, net als bij de binnenlandse migratie in Turkije, bij confrontatie met een nieuwe cultuur terug op hun eigen cultuur en gingen ze op zoek naar de eigen wortels. Hierdoor ontstonden er in Europa Koerdische politieke en culturele verenigingen binnen de Koerdische diaspora. De meeste hoogopgeleide migranten die vanwege politieke redenen naar Europa waren gekomen wisten de verenigingen goed vorm te geven (Gülşen, 2002). In Europa zouden volgens McDowaal (1996) ongeveer 700.000 Koerden leven, de meeste in Duitsland.

Hoewel alle Koerden dezelfde etnische identiteit delen, bestaan er ook factoren die de Koerden onderling verdelen. Koerdistan is opgedeeld in meerdere staten, elk met haar eigen politieke situatie. Politieke en ideologische geschillen verdelen de Koerdische politieke bewegingen in deze staten en deze onderlinge verdeeldheid is ook binnen de Koerdische diaspora in Europa terug te vinden. Door grote omvang van politieke vluchtelingen binnen de Koerdische diaspora, zijn het met name de politieke verschillen die in deze diaspora naar voren komen.

Vraagstelling

De onderzoeksvragen zijn:

  1. Wat zijn ernst en inhoud van de (psychische) gezondheidsklachten na confrontatie met een schokkende levensgebeurtenis onder allochtonen?

  2. Wat is de rol van identiteitsontwikkeling en religie in het ontstaan, voortbestaan en inhoud van de gezondheidsklachten?

  3. Wat zijn gehanteerde verwerkingsmechanismen (coping-strategieën)?

  4. Welke zijn de determinanten van een al dan niet gecompliceerde verwerking (met name de rol van identiteitsontwikkeling, religie en acculturatiestrategieën in dit proces is van belang)?

  5. Wat zijn ervaringen met de (reguliere) hulpverlening na een ingrijpende gebeurtenis, zowel in het land van herkomst als in het land van vestiging?

Comments are closed.